Visie

Samen Ontdekken Persoonlijk Groeien, dat zijn voor ons de vier belangrijke zaken, die we elke dag verweven in ons onderwijs. Samen gaat over samen ontdekken, samen leren en elkaar ontmoeten. Maar het staat ook voor het openbare karakter van ons onderwijs, waarbij iedereen welkom is. Dat maakt onze school ‘de wereld in het klein’. Ontdekken gaat over onze manier van ontdekkend leren, waardoor iedereen zijn eigen talenten kan (h)erkennen. Persoonlijk gaat over individueel leren en je eigen kracht en weg ontdekken. Maar het gaat ook over de persoonlijke aandacht die wij geven aan onze leerlingen. Groeien gaat over het behalen van resultaten van onze leerlingen en hun groei die ons team stimuleert en begeleidt.
banner_pioniers_final_1

Reden van verschillende vormen van leren Kinderen kunnen straks een beroep uitoefenen, dat nu nog niet bestaat. De samenleving verandert en versnelt. De toenemende technologisering en digitalisering hebben grote invloed. We willen de afstand naar de toekomst zo klein mogelijk voor onze leerlingen maken. Dit betekent dat we aandacht hebben voor (nieuwe) vaardigheden. Dit gaat over de volgende acht vaardigheden: creativiteit, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, communiceren, samenwerken, sociale en culturele vaardigheden, zelfregulering  en digitale geletterdheid. De genoemde vaardigheden zijn niet echt ‘nieuw’. Het gaat er juist om dat vaardigheden meer doelbewust aan de orde worden gesteld, zodat leerlingen zich erin kunnen ontwikkelen. Verschillende vormen van leren Wij bieden goed basisonderwijs en daarnaast bieden wij meer. Wij bieden goed basisonderwijs in de ochtend. Dit noemen we ook wel gedegen onderwijs op het gebied van taal, rekenen, spelling en lezen. Gedegen betekent dat de leerkracht en leerling verantwoordelijkheid neemt voor het leerproces. Leerkrachten zetten gericht instructies, middelen en materialen in om de leerstof doelgericht aan te bieden. We werken hierbij met moderne methoden. Daarnaast hebben wij een goed systeem voor signalering en bieden we  ondersteuning aan ieder kind. We bieden meer in de middag. Dit deel van het onderwijsaanbod noemen we ook wel talentontwikkeling. We bieden onderwijs, in de breedste zin van het woord, dat kinderen in staat stelt zich optimaal binnen de eigen mogelijkheden te ontwikkelen. Dit past bij de 21e eeuw, waarbij aandacht is voor het ontwikkelen van schoolse, communicatieve en sociale vaardigheden. Bij beide programmaonderdelen gaat om het om het leren van leerlingen. Kinderen doen dit op een eigen manier. Wij bieden daarom verschillende vormen van leren aan. Dit is dus niet alleen op het gebied van kennis, maar ook op het gebied van creativiteit, sportiviteit en socialiteit.

Ons onderwijs werkt, omdat wij: Zorgen voor resultaat met ontdekkend leren: We zorgen ervoor dat de leerlingen leren wat ze moeten leren. We geven ze een stevige basis voor taal en rekenen, waarmee we ons houden aan de normen van het ministerie. Daarnaast bouwen we aan een brede ontwikkeling met vormen van ‘onderzoekend’ leren’ (de acht vaardigheden). Echt werken met de doorlopende leerlijn: We zorgen ervoor dat onze leerkrachten in elke klas met dezelfde pedagogische principes en structuur werken. Dat geeft iedereen (leerlingen, leerkrachten en ook ouders) structuur en duidelijkheid. Iedereen weet waar hij aan toe is, vooral bij de overgang naar een nieuwe groep. Maar het helpt ons team ook bij het in kaart brengen van de groei van leerlingen over de schooljaren heen. Daardoor kunnen we de leerlingen,  bij elke stap die ze zetten, effectiever begeleiden. Ten derde maakt onze doorlopende leerlijn het leren door de leerlingen makkelijker, waardoor zij zich bij ons optimaal kunnen ontwikkelen. Een open en persoonlijke sfeer creëren: Als u bij ons op school binnenkomt, merkt u het: er heerst een natuurlijke rust. We doen ons best om deze rustige, open en persoonlijke sfeer te creëren, waarin kinderen mogen zijn wie ze zijn en hun wereld mogen ontdekken. Onze kleinschaligheid helpt daarbij, want zo leren de kinderen, ouders en teamleden elkaar allemaal kennen. We weten heel goed hoe belangrijk ‘veiligheid’ is voor kinderen. Alleen als ze zich veilig voelen, kunnen ze leren. Daarom besteden we naast het leren van kennis, ook veel aandacht aan de sociaal-emotionele veiligheid. Dit doen we met de methode ‘Kanjertraining’.

Visie ‘Onderwijs aan het jonge kind’
Naast de visie voor de hele school, die ook voor het onderwijs aan het jonge kind geldt, vinden wij het belangrijk om de visie voor deze doelgroep te verfijnen. De dag na de vierde verjaardag begint de schoolloopbaan van een kind. Een kind komt niet blanco groep 1 van onze school binnen. In de eerste vier levensjaren is er al veel gebeurd, deels bepaald door de ‘genetica’ van het jonge kind zelf. Het jonge kind ontwikkelt zich in de dynamiek van de klas en het gezin en geeft daaraan zelf sturing. Dit houdt in dat de pedagogische-didactische aandacht voor het jonge kind van een andere aard is dan die voor kinderen vanaf zes jaar.

De rol van de leerkracht is sturend/coachend op de ontwikkeling van het kind. Het resultaat is hierbij van belang, maar ook de wijze waarop het kind tot resultaat komt. Elk kind krijgt de ruimte, indien dit gewenst is,  om dit op een eigen manier te doen.  De nadruk ligt op de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit van kinderen, deze brede ontwikkeling omvat alle intelligenties. Een kind is ontwikkelbaar en de ontwikkeling is te beïnvloeden. Het is geen vaststaand proces. Kennis en vaardigheden zijn belangrijk, wacht niet tot de kinderen er zelf om vragen/wacht niet altijd tot kinderen er aan toe zijn. De doelen (SLO doelen) zitten in ons achterhoofd en op deze zetten wij in verschillende situaties in. De groepsleerkracht stelt zich de vraag:  In hoeverre leidt goed onderwijs tot betere resultaten: wat hebben de kinderen geleerd? Met behulp van thema’s wordt stapsgewijs de ontwikkelingslijnen (domeinen van de SLO doelen) doorlopen. Er worden betekenisvolle activiteiten aangeboden en inhouden leveren een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkelings- en leerprocessen. Spel is de basis van het leren. De leerkracht werkt doelgericht met behulp van een methode. De leerlingen zijn bekend met de doelen en passen dit toe in verschillende contexten (zingeving). Het is belangrijk om verschillende kanten op te kunnen met thema’s m.b.v. de drie mappen van het CPS (fonemisch bewustzijn, gecijferd bewustzijn en begrijpend luisteren) en logo 3000 (woordenschat). De gulden middenweg (het  verbinden van een leerlinggerichte pedagogiek met een activerende didactiek) is hierbij belangrijk. Het staat tussen methodegericht en leerlinggericht (coöperatief leren/samen doen). De kenmerken daarbij zijn:

  • Dagelijkse routine
  • Registratie en observatie
  • Mijlpalen in ontwikkeling
  • Leerlingobservatiesysteem

Binnen de thema’s zijn er verschillende activiteiten in de hoeken, zodat het hoekspel nieuwe impulsen krijgt bij ieder thema. We maken onderscheid tussen vijf kernactiviteiten: spel-, constructieve en beeldende, gespreks-, lees- en schrijf-, reken- en wiskundige activiteiten. Een thema begint met een start- en eindigt met een afsluitactiviteit (dit kan op diverse manieren). De kinderen worden gevolgd door het systematisch bijhouden van de prestaties d.m.v. toetsen en observaties om dit vervolgens te analyseren en de lesactiviteiten bij te stellen. Evaluatie van de gegevens en zelfevaluatie van de leerkracht is daarbij van groot belang om het onderwijsproces te kunnen sturen. De doorgaande lijn is daarbij geborgd. De ontwikkeling van ieder kind wordt continu gevolgd en niet pas bij de volgende test. Hiervoor wordt het observatie- en registratiesysteem van het digikeuzebord gebruikt (gericht op de doelen en subdoelen van het SLO). Betrokkenheid en welbevinden van de leerling zijn twee belangrijke leervoorwaarden om tot leren te komen. De leerkracht sluit aan op de groep. De leerkracht verzorgt regelmatig een rollenspel (en neemt hier ook deel aan). Kinderen leren zich te verplaatsen in andere personen en andere situaties (door rollenspel in de hoeken/inzet Kanjertraining/enzovoort). De leerkracht is daarbij steeds op zoek naar kansen om de activiteit te verdiepen en te verbreden. De volgende vijf betrokkenheidsfactoren stimuleren de betrokkenheid:

  • Een goede sfeer en relatie: kinderen moeten zich veilig en geaccepteerd voelen (rekening houden met karakter en thuissituatie van het kind).
  • Het juiste niveau: kinderen moeten uitgedaagd worden voor opdrachten (rekening houden met leervermogen en de ontwikkeling van het kind).
  • Bied, waar mogelijk, ruimte om aan te sluiten bij de leefwereld: activiteiten die dicht bij de werkelijkheid liggen zijn zinvoller dan opdrachten die hen niet raken. De gekozen doelen worden daarbij ingezet.
  • Afwisselende activiteiten: kinderen willen niet alleen maar stilzitten en luisteren, ze willen ook dingen doen.
  • Ruimte voor keuzes: kinderen krijgen voldoende mogelijkheden om te kiezen en de leerkracht geeft ruimte voor hen initiatieven.